Het kerstgeschenk

 

     Karin, Jolanda en Maartje zaten op de bank de nieuwe speelgoedfolder door te kijken. "O, moet je dat poppenhuis zien!" riep Karin uit. "Hè, ja, dat zou leuk zijn om met kerst te krijgen!" zei Jolanda. "We kunnen 't vragen aan papa en mama," stelde Maartje, de jongste, voor.

 

     Toen ze die avond aan tafel zaten, begon Karin over het poppenhuis. Papa en mama keken elkaar even aan. "Het wordt allemaal een beetje anders dit jaar," zei papa. "Er staan nog een paar kinderen op ons kerstlijstje, dus zullen we minder voor onszelf hebben dan anders." "Hè, waarom?" sputterde Maartje tegen. "Wie zijn die kinderen?" Mama kwam met een wedervraag: "Hebben jullie de meisjes van de familie Pietersen al gesproken, die nu in het huis van de Dannenbergs wonen?" "Het huis van de Dannenbergs?" riep Karin uit. "Dan moeten ze wel heel erg arm zijn!" "Dat zijn ze ook, Karin, en ons gezin gaat ze helpen. Daarom zullen er dit jaar minder cadeautjes onder onze eigen boom liggen."

 

     Het was stil aan tafel terwijl de drie zusjes hierover nadachten. Papa zei met een zucht: "Ik begrijp best dat dit niet gemakkelijk voor jullie zal zijn, maar wij hebben zoveel, en jullie moeder en ik vinden het belangrijk dat wij leren te delen met anderen. Jullie krijgen heus nog wel het een en ander, maar het allerbeste cadeau dat wij allemaal zullen krijgen, is een heel fijn gevoel." Karin was niet overtuigd en zei. "Je kunt met kerst geen pakje met gevoel openmaken."

 

     Papa keek teleurgesteld. "Als jullie nou allemaal één van jullie stukken speelgoed afstaan - meer vragen we niet." "Behalve dan dat ik wat hulp kan gebruiken met de kerstkoekjes," voegde mama eraan toe. "We stoppen ze in een grote mand." "En wij dan?" zeurde Jolanda. "Krijgen wij er geen?" "Zo is het wel genoeg," zei papa streng. "Morgen maken jullie in de kerk kennis met de meisjes Pietersen. We weten dat jullie aardig voor hen zullen zijn en hun het gevoel zullen geven dat ze welkom zijn." De maaltijd werd mistroostig en in stilte voortgezet. 

 

     De volgende ochtend in de kerk keken de drie zusjes steeds in het rond om de meisjes Pietersen te vinden. "Ja, daar heb je ze! Op de derde rij, bij de deur," fluisterde Jolanda. Haar zusje draaide zich langzaam om en staarde de twee nieuwkomers aan. "Kijk voor je," zei mama. "Het is niet beleefd om mensen aan te staren."

 

     Op weg naar het jeugdwerk stelde papa de nieuwe familie voor. "Meisjes, dit is zuster Pietersen, met Suusje en Boukje." "Hallo," mompelde iedereen. "Waar komen jullie vandaan?" vroeg Karin. "Uit Grimbergen,' antwoordde Suusje. "Da 's een eind hier vandaan. Waarom zijn jullie verhuisd?" Voor Suusje kon antwoorden, stak de jeugdwerk-presidente haar hoofd om de deur en riep: "Kom, meisjes. Het is de hoogste tijd."

 

     De volgende zaterdag aan de lunch vroeg Maartje: "Waarom is de familie Pietersen hier komen wonen?" "Wel," antwoordde mama een beetje aarzelend. "Hun vader is vorig jaar gestorven. Zuster Pietersen kon een goede baan bij de PTT krijgen, maar dan moest ze wel hierheen verhuizen." "Als ze een dergelijk goede baan heeft, waarom moeten wij onze kerst dan voor hen opofferen?" vroeg Jolanda. "Omdat ze pas begonnen is en nog geen geld heeft," legde mama uit. "Trouwens, jullie hoeven niet je hele kerst op te offeren - alleen maar een paar dingetjes. Denk eraan dat die meisjes hun vader verloren hebben." "Oké, maar leuk is anders," zei Maartje.

 

     Op dat moment ging de telefoon. Papa nam op en zei: "Jazeker. Ze zullen het vast heel leuk vinden om te komen." "Papa, wie was dat?" vroeg Karin. "Het was zuster Pietersen die jullie uitnodigt om de middag met haar meisjes door te brengen." "Jakkes! Nee, hoor. Ze hebben geen woord tegen ons gezegd in de kerk. Toe nou, pap! Dat hoeft toch zeker niet?" Papa keek onverzettelijk. "Luister eens, meisjes. Ik weet dat dit een opgave is, maar soms moeten we dingen doen omdat ze gewoon juist zijn." Mama hielp hen in hun jas en stuurde hen de deur uit.

 

     De wandeling door de sneeuw was maar al te kort. Ze hadden nog maar nauwelijks aangebeld toen zuster Pietersen de deur opendeed. Haar twee dochtertjes stonden achter haar. "Kom binnen, meisjes. We zijn zo blij dat jullie konden komen." Karin, Jolanda en Maartje liepen de woonkamer binnen. Er stonden helemaal geen meubelen, alleen maar een hele boel verhuisdozen die tegen de ene muur opgestapeld waren. Ze volgden Suusje en Boukje naar de grote, ouderwetse keuken, waar ze werden begroet door een heerlijke baklucht.

 

     Midden in de kamer stond een grote eiken eetkamertafel met schaaltjes snoepgoed en suikerglazuur en een bakplaat met peperkoek. "Bouk en Suus vinden het een leuk idee om peperkoekhuisjes te maken," zei zuster Pietersen. "Wouw!" riep Jolanda. "Ik had niet gedacht dat we het …" Karin kneep haar voor ze kon zeggen "leuk zouden hebben." "Kom op," zei Boukje," Laten we vlug beginnen!" "Hè, ja," viel Suusje haar bij. "We doen dit ieder jaar met onze vriendinnetjes. Fijn dat jullie er nu bij zijn." De vijf meisjes begonnen met de peperkoekhuisjes. Het duurde niet lang voor ze allemaal moesten lachen, zo grappig zagen zij er uit met suikerglazuur op hun gezicht.

 

     Wat later, toen ze op een nieuwe bakplaat met peperkoek moesten wachten, zei Karin: "Laten we op jullie slaapkamer gaan spelen." "Dat kan niet," antwoordde Boukje. "Het is er veel te koud. We komen er alleen als het bedtijd is." "O." Boukje sprong overeind. "Ik weet wat! Laten we slingers maken voor de ramen! Mam, we hebben toch ergens nog gekleurd papier?" Weldra gingen de meisjes op in hun werk, waarbij de kleurrijke papiersnippers als confetti op de grond dwarrelden. "Laten we ook wat slingers voor jullie kerstboom maken," stelde Jolanda voor. Suusje en Boukje keken elkaar even aan, waarna Boukje zei: "misschien krijgen we dit jaar geen boom. Ze zijn nogal duur."

 

     Nu was het de beurt van de drie zusjes om elkaar even aan te kijken. Na een poosje zei Karin: "Ik ben het slingers maken beu. Kunnen we niet wat anders maken?" "Ik weet wat," zei Suusje. "Wat dachten jullie van foliesterren om aan de lampen te hangen?" Al gauw lagen er ook snippertjes folie en karton op de vloer.

 

     Het duurde niet lang voordat de stralen van de ondergaande zon, die net door de wolken was gebroken, de kamer met licht vervulden. Net toen de wandklok vijf keer sloeg, klonk er een klop op de keukendeur. "Kijk eens, het is papa," riep Jolanda. "Maar wat heeft hij bij zich?" "Een kerstboom!" riep Boukje, toen zuster Pietersen de deur opendeed. "Een klein cadeautje van gezin tot gezin," zei papa met een grijns. "Hebt u soms een grote emmer of iets anders waar we deze boom in kunnen zetten?" "Bouk, loop eens vlug naar de schuur en pak die oude grijze emmer. Ach, broeder Hallen, hoe kunnen wij u ooit genoeg bedanken?" "Nou ja, we wilden iets leuks doen," zei hij met een knipoog tegen zijn dochters. Boukje kwam de keuken binnenrennen met de grote grijze emmer.

 

     De volgende paar minuten was het een gezellige verwarring terwijl iedereen probeerde papa te helpen met het opzetten van de boom. Eindelijk tevreden dat hij goed stond en voldoende water had gekregen, kwam vader overeind. Hij snoof eens nadrukkelijk en zei: "Mmmm. Dennengeur en peperkoek, dat is pas echt kerstfeest! Kom maar hier met de kerstballen, dan maken we het karwei gelijk af!" "We hebben alleen maar wat kerstboomlichtjes," zei zuster Pietersen. "Maar wij hebben wèl wat!" riepen de meisjes.

 

     Meteen holden ze weg en kwamen terug met armen vol slingers en foliesterren. "Zo, dat begint er op te lijken! Zuster Pietersen, pak die lichtjes maar eens. Meisjes, haal die slingers eens uit de war, dan zijn we zo klaar. Hè, hebben jullie soms ook peperkoekmannetjes?" In de oude keuken weerklonk het vrolijke gelach van alle mensen die zo druk bezig waren. Ten slotte deden ze allemaal een stapje achteruit om hun werk te bewonderen.

 

     Op dat moment werd er zachtjes op de deur geklopt. Het was mama met een grote ovenschaal. "Een kleinigheid voor jullie warme maaltijd," kondigde ze aan. "Tjonge, wat een schitterende boom! Het ziet ernaar uit dat de meisjes vanmiddag druk bezig zijn geweest." Voorzichtig zette ze de stomende schaal op het aanrecht. Er blonken tranen in zuster Pietersens ogen. "Dankjewel," stamelde zij. "Bedankt, allemaal, dat jullie aan ons gezin dachten. Dit is een kerstfeest om nooit te vergeten!"

 

     Karin, Jolanda en Maartje wisten niks te zeggen, maar mama wel: "Nee, jullie bedankt dat we iets voor jullie mochten doen. Zo hebben jullie ons ook geholpen," zei ze en omhelsde zuster Pietersen. "Kom, meisjes, vlug naar huis voordat hier het eten koud wordt."

 

     Terwijl ze terug naar huis liepen, keek Jolanda nog even om naar het keukenraam van de familie Pietersen. De lichtjes in de kerstboom fonkelden. "Mam, wat bedoelde je toen je tegen zuster Pietersen zei dat zij ook ons hadden geholpen?" Mama pakte Jolanda's hand en kneep er even in. "Weet je nog hoe je je voelde toen je vanmiddag naar de Pietersens ging?" "Ja. Helemaal niet fijn." "En nu?" "Ik voel me heerlijk. Bedoelde je dat? Nu begrijp ik het - dit is echt het fijnste cadeau dat we ooit hadden kunnen krijgen.