Het laatste kerstfeest van de profeet Joseph Smith 

 

     Het was één uur in de kerstnacht van 1843. Een groepje van een stuk of twintig, tegen de winterkou geklede mensen, naderde het Mansion House in Nauvoo, op de noordoostelijke hoek van de Hoofdstraat en de Waterstraat. Het gezelschap stond stil onder de vensters van het vertrek, waarin de profeet Joseph Smith lag te slapen. Warm ingepakt in hun wollen sjaals, met diep over de oren getrokken hoeden en gehandschoende of in hun jaszakken gestoken handen, stelden ze zich dicht opeen vlak onder het slaapkamerraam van de profeet op. Eén van de koorleden gaf de toonhoogte aan, waarop ze dit kerstlied aanhieven: "Juich, wereld, juich, de Heer 's nabij, en aard, uw Vorst ontvang! Dat ieder hart ontvank'lijk zij, Oh juich'met der eng'len zang, (bis) Oh juich oh juich' met der eng'len zang." (Lofzang 84.) Terwijl ze de overige coupletten zongen, verzamelden de bewoners van het huis zich voor het venster.

 

     Enkelen, waaronder ook de profeet, trotseerden de tintelende vrieskou om de zangers te gaan begroeten. Naderhand vertelde hij: "Dat gezang deed een huivering van blijdschap mijn ziel doorvaren. Al mijn familieleden en gasten kwamen uit hun bed om die serenade aan te horen. Het bezoek van die zangers stemde mij dankbaar jegens mijn hemelse Vader, en ik heb ze dan ook in de naam des Heren gezegend."

 

     De kou vergetend, vertrok de zanggroep, bestaande uit een blinde Engelse bekeerlinge, de weduwe Lettice Rushton, haar vijftal volwassen kinderen met hun echtgenoten en een handjevol buren, naar de woning van Hyrum Smith, die twee straten westwaarts aan de Waterstraat stond. Ook de patriarch van de kerk sliep uiteraard al op dat late uur, maar hij stond op en ging naar buiten, waar hij de zangers de hand drukte. Hij gaf hun allen een persoonlijke zegen en zei dat ze zo'n hemelse muziek ten gehore gebracht hadden, dat hij eerst had gemeend dat een engelenkoor hen was komen bezoeken.

 

     Dat kerstfeest zou voor de profeet en zijn broer hun laatste blijken te zijn. Joseph had zich voorgenomen die dag thuis te blijven. Voor hem als echt huisvader waren de kerstdagen in het verleden niet altijd zo genoeglijk verlopen als deze keer. Het jaar daarvoor had hij in de kersttijd juist besprekingen met gouverneur Ford moeten voeren over moeilijkheden, die waren ontstaan tussen de heiligen en hun andersdenkende buurtgenoten. In 1839 had hij de kerstdagen in Washington doorgebracht om schadeloosstelling aan te vragen voor de heiligen die tijdens de gewapende conflicten in de staat Missouri hun bezittingen hadden verloren. Het jaar daarvóór had Joseph met verscheidene trouwe vrienden een ellendige kerstmis gehad gedurende hun verblijf in de gevangenis van Liberty.

 

     Misschien gingen zijn gedachten uit naar zijn thans dertigjarige goede vriend Porter Rockwell, die volgens de laatste berichten nog steeds in een gevangenis in Missouri kwijnde, waar hij al zeven maanden zat opgesloten. Daar Porter onwettig werd vastgehouden, zag het er niet naar uit dat door de heiligen in Missouri aangewende pogingen om hem vrij te krijgen met succes bekroond zouden worden.

 

     Met die laatste kerstmis hield Joseph 's middags een bijeenkomst met een paar broeders uit de nederzetting Morley, die was gelegen bij de tegenwoordige plaats Lima, ruim 40 km ten zuiden van Nauvoo. Hij gaf hun de raad het recht aan hun zijde te houden, ondanks de rooftochten van plunderende medeburgers.

 

     's Namiddags om een uur of twee gingen vijftig echtparen met Joseph als zijn gasten aan tafel. Tijdens die maaltijd vroeg men hem het huwelijk tussen Dr. Levi Richards en Sara Griffiths plechtig te willen inzegenen. Daar hij niet gaarne zijn gasten wilde verlaten, liet hij dit verzoek overbrengen aan Brigham Young, die op de zuidoosthoek van de Kimballstraat en de Grangerstraat woonde, drie straten ten noorden en één huizenblok ten westen van de woning van de profeet. Aan dat verzoek heeft broeder Brigham ook voldaan.

 

     De toen 38-jarige profeet, die bekend stond om zijn gastvrijheid, heeft blijkbaar de rest van die dag in gezelschap van zijn familieleden en medestanders doorgebracht. Een grote groep mensen dineerde dan ook die avond ten huize van de profeet, alvorens zich te gaan toeleggen op musiceren, dansen en andere feestelijkheden die destijds tot de traditionele kerstgebruiken behoorden.

 

     Die maandag kwamen er in de loop van de avonduren nog wat laat komende gasten bij, allen in hun beste kleren gestoken. De zorgen van de heiligen uit heden en verleden werden tijdelijk vergeten, terwijl de genodigden van de feestelijkheden genoten. Toen werd de sfeer opeens verstoord, doordat een uitgemergelde, ogenschijnlijk dronken en onverzorgde Missouriër, met woeste, ongekamde en tot op zijn schouders hangende haren de feestzaal binnendrong. Er werden pogingen in het werk gesteld om die schurk er uit te gooien, maar hij was ze te sterk. Bij de daarop volgende worsteling bekeek Joseph die man eens goed. Het was zijn vriend Porter! De atmosfeer klaarde op, toen ook andere vrienden om Rockwell heen kwamen staan en hem welkom thuis heetten. Hij vertelde hoe hij na zeven maanden hechtenis eervol uit de gevangenis was ontslagen en zich door vijandig gebied een weg naar huis had gebaand. Dit had hem twaalf dagen gekost, omdat zijn voeten gewond waren en men hem naar het leven had gestaan onderweg. Hij was zo juist in Nauvoo aangekomen. Louter voor de grap had hij de profeet en zijn gasten een poets willen bakken. Rockwells behouden terugkeer vormde voor Joseph het hoogtepunt van zijn laatste kerstviering, voordat hij de daarop volgende zomer in Carthage zou worden doodgeschoten.