Janey's kerstmis

 

     Janey stond achter de wagen en keek over de prairie naar een klein heuveltje van pas opgeworpen aarde. Tranen brandden in haar ogen en de brok in haar keel gaf haar het gevoel dat ze zou stikken. Het pas gedolven graf was dat van Elizabeth Ann, Janey's liefste vriendin, die zonet was begraven. Vanaf het moment dat de Jacksons naast hen waren komen wonen in Nauvoo, hadden Janey en Elizabeth Ann samen veel gelukkige uurtjes doorgebracht, geheimpjes aan elkaar verteld, vader en moedertje gespeeld, of op de oever van de rivier gepicknickt. Maar nu was Elizabeth Ann er niet meer.

 

     Janey leunde tegen de wagen, de tranen rolden over haar wangen. Hoewel de bisschop over de opstanding had gesproken, kon niets Elizabeth Ann nu terugbrengen. Janey had de pijn van de dood reeds leren kennen. De vorige zomer waren haar moeder en pasgeboren broertje in Nauvoo begraven. Die avond, nadat ze naar bed was gegaan, lag Janey nog lang wakker en dacht aan mijnheer en mevrouw Jackson. Wat zouden ze Elizabeth Ann missen, want ze was hun enige dochtertje. Tommy, het broertje van Elizabeth Ann, zou haar missen en Mary Melinda zou haar missen!

 

     Mary Melinda was de pop van Elizabeth Ann. Het was een heel bijzondere pop met echt haar — blond en krullend. Haar blauwe ogen gingen open en dicht. Haar gezicht, handen en armen waren van prachtig gekleurd porselein. Ze had een rosé organdie jurk aan met kant en kleine witte pantoffeltjes aan haar voeten. Janey had nooit zo'n mooie pop gehad. Maar Elizabeth Ann had Mary Melinda altijd samen gedeeld met Janey, alsof ze van hen beiden was. Wat zou mevrouw Jackson nu met Mary Melinda doen? vroeg Janey zich af. De volgende morgen trok de stoet wagens naar de vallei in de bergen. Het was een stralend zonnige dag, maar voor Janey was ze donker en eenzaam.

 

     Een paar dagen later keek Janey in haar rieten mandje naar wat kleren en zag twee ballen roze wol. Dat was het breiwerk van Elizabeth Ann! Voorzichtig haalde ze het garen uit de mand. Aan een van de twee kluwen zaten de breinaalden en de sjaal waaraan Elizabeth Ann was begonnen. "Ik maak hem voor moeder, voor haar verjaardag," had Elizabeth Ann aan Janey uitgelegd. "Wanneer is ze jarig?" had Janey gevraagd. "O, pas in oktober," had Elizabeth Ann haar verteld. "Maar het zal lang duren, want ik kan alleen breien als mamma niet in de buurt is." "Waarom laatje hem niet hier?" had Janey voorgesteld "Dan kun je eraan werken wanneer je wilt." "O, Janey, dat is een goed idee," en Elizabeth Ann was ermee akkoord gegaan.

 

     Nu keek Janey goed naar de steken, die heel eenvoudig waren — een recht, een averecht. "Dat kan ik ook," zei ze bij zichzelf. "Ik kan het cadeau van Elizabeth Ann voor haar moeder afmaken." En sindsdien had Janey, als ze niets anders te doen had, aan de sjaal gewerkt. Hoewel de stoet wagens tenslotte de vallei bereikt had en Janey veel werk moest doen, had ze het breiwerk begin oktober klaar. Het enige dat ze nog aan het verjaarsgeschenk moest doen, was de franje maken. Janey's vader was er vlug bij om haar te prijzen. "Het lijkt wel of een beroepsbreister hem gemaakt heeft," zei hij. Janey drapeerde de sjaal om haar hoofd en keek in de kleine spiegel boven de wasbak. Ze zou de franje afmaken en hem naar mevrouw Jackson brengen.

 

     De volgende dag klopte ze aan bij de Jacksons. Janey's hartje klopte sneller. Tommy van zes deed de deur open.  Zijn moeder was bezig bij de kachel maar ze keerde zich om toen Janey binnenkwam. Aangenaam verrast keek ze op. "Janey!" riep ze. "Wat leuk je weer te zien. Ik heb je zo gemist en ik hoopte dat je ons zou komen opzoeken. Trek je manteltje uit en kom bij het vuur zitten. Ik bak gemberkoek en ik weet dat jij daarvan houdt." Ze trok haar jasje uit en gaf het keurig verpakte cadeautje aan mevrouw Jackson. "Ik heb iets meegebracht voor uw verjaardag," zei ze. "Ik wist niet welke dag, maar Elizabeth Ann vertelde me dat het in oktober was." Voorzichtig pakte zuster Jackson het pakje uit en toen ze de mooie roze sjaal zag was ze sprakeloos. "Hij is prachtig, Janey," fluisterde ze na lange tijd. "Hij is niet echt van mij," zei Janey en vertelde vlug waarom Elizabeth Ann het breiwerk bij haar had gelaten.

 

     Mevrouw Jackson hield de sjaal tegen haar wang. "Ik zal er heel zuinig op zijn," zei ze. "En hij is ook van jouw Janey. Het breien heeft je heel veel tijd gekost. Waarom deed je het?" "Omdat ik zoveel van haar hield — en ook van u!" antwoordde Janey eenvoudig. Mevrouw Jackson strekte haar armen uit en trok Janey dicht tegen zich aan. Laat in de middag, toen ze naar huis ging met een zak koekjes voor pappa en haar kleine zusjes, voelde Janey zich dichter bij Elizabeth Ann en minder eenzaam dan ze lange tijd was geweest.

 

     De dagen gingen snel voorbij. Janey had veel te doen, zowel op school als door pappa te helpen. Bijna voor ze het wist was de grond bedekt met sneeuw en liep het tegen Kerstmis. Ze had sokken gebreid voor pappa en wanten voor haar kleine zusjes. De ochtend voor Kerstmis was pappa naar de bergen geweest en was thuisgekomen met een prachtig dennenboompje. Janey had koekjes gebakken en maïs gepoft en toen pappa thuis kwam versierden ze met elkaar de boom.

 

     Voordat het tijd was om naar bed te gaan waren vrienden en buren gekomen om ze een prettige kerstavond te bezorgen. De Porters brachten een goudbruin vers gebakken brood mee. Grootmoeder Wilkens had strooptoffees voor ze gemaakt en mevrouw Jackson bracht een doos mee die goed verpakt was. "Iets voor jou en je kleine zusjes," zei ze tegen Janey. Janey wilde de doos meteen openmaken, maar pappa zei dat ze moest wachten tot kerstmorgen. Janey ging naar bed met de gedachte dat het nooit kerstmorgen zou worden. Maar dat werd het wel.

 

     Janey stond in haar nachtjapon bij het schijnsel van het vuur toen ze de doos opende. Mevrouw Jackson had poppen gebreid met ogen van kralen en haar van garen voor haar kleine zusjes, en daar lag Mary Melinda in haar beeldige roze organdie jurk. Mary Melinda — die prachtige pop met echt haar en ogen die open en dicht gingen! Heel voorzichtig nam Janey de pop uit de doos — die kostbare pop die van Elizabeth Ann was geweest. Aan haar arm hing een klein briefje met de woorden: "Voor Janey die zoveel van anderen houdt."

 

(Sylvia Probst Young, Ster december 1972, blz. 192-195.)