Kerstmis is geven

 

     President David O. McKay heeft gezegd: "Het ware geluk komt alleen door anderen gelukkig te maken namelijk de praktische toepassing van de leer van de Heiland: dat wie zijn leven verliest, zijn leven zal vinden. Kortom, de kerst-geest is de geest van Christus die ons hart in broederlijke liefde en vriendschap laat branden en ons aanzet tot dienstbetoon. Het is de geest van het evangelie van Jezus Christus, dat gehoorzaamheid en "vrede op aarde" brengt, omdat het welwillend ten aanzien van alle mensen is." Het enige ware (Kerst) geschenk is dus een deel van uzelf.

 

     Enkele jaren geleden kreeg ik een anonieme brief van een aardige tandarts die zijn broederlijke liefde en welwillendheid betoond had. Dit is wat hij schreef: "Beste president Monson, Ik vind dat ik u eerder een bedankbriefje had moeten sturen. Afgelopen december luisterde ik naar de toespraak die u tijdens de kerstdevotional hield. U had het over een oudere vrouw die geen geld had om het kentekenbewijs van de auto die ze net had gekocht op haar naam te laten zetten. Andere mensen boden haar hulp. Alle betrokkenen waren erdoor geroerd.

 

     Ik ben van beroep tandarts. Niet lang na de devotional vertelde mijn receptioniste me dat er een kennis van haar naar mijn praktijk zou komen die een probleem had met twee tanden. Ze kende die vrouw en vertelde mij over haar omstandigheden. De vrouw had het zwaar. Het familiebedrijf dat zij leidde, liep slecht en het gezin was drie maanden achter met hun huurbetalingen. Ze hadden vijf kinderen. De meesten waren al volwassen, maar ze waren allemaal vanwege moeilijke persoonlijke omstandigheden weer in het ouderlijk huis komen wonen. Zuiver en alleen door haar wilskracht had ze haar gezin enige tijd bij elkaar gehouden. Maar nu had ze twee gebroken tanden.

 

     De vrouw kwam volgens afspraak langs en legde haar gebitsprobleem uit. Ze vroeg of ik het goed vond als ze haar rekening in termijnen betaalde. Ze legde uit dat haar gezin enkele financiële moeilijkheden had en nog maar net in staat was enkele oude rekeningen te betalen. Ik verzekerde haar dat ik haar op krediet wilde behandelen. Ze vroeg of ik die eerste keer slechts één tand wilde repareren. Ik zei dat het kon, en ik begon met de behandeling.

 

     Omdat ik genoeg tijd had, repareerde ik beide tanden, waar ze dankbaar voor was. Toen de behandeling klaar was, zei ik, denkend aan uw toespraak, dat ik van de behandeling graag een kerstcadeau wilde maken, als dat haar niet kwetste. Ze was stomverbaasd. Ik voelde aan hoe groot haar zorgen en spanningen waren toen ze als gevolg van mijn kleine geste de tranen van dankbaarheid niet tegen kon houden. Het moet jaren geleden zijn geweest dat iemand haar een kleine gunst betoond had. Ze kon niets meer uitbrengen, en vertrok.

 

     Zowel mijn assistente als mijn receptioniste waren zo ontroerd door haar reactie dat ook zij de nodige tranen vergoten en nauwelijks konden spreken. Maar ik had juist dubbel zoveel reden om blij te zijn. Ten eerste omdat ik zag hoe ik iemand anders met zo'n kleine geste zo blij had gemaakt. En ten tweede omdat ik voor het eerst in mijn leven iemand in mijn praktijk had die huilde van vreugde en niet van pijn! De allerbeste wensen. Met vriendelijke groeten, Een broeder in het evangelie."

(Thomas S. Monson, Ster december 1998, blz. 3-4.)