Met anderen in liefde verenigd

 

     Wanneer God ieder jaar met Kerstmis de wereld met Zijn Geest verlicht, dienen wij te streven naar een grotere waar-dering van de eigenlijke betekenis van de kerstviering. Deze vrije dagen zijn heilige dagen, maar er is ook iets dat gevierd moet worden. Het woordenboek definieert "vieren" als "verheffen, prijzen, verheerlijken, gedenken." Al deze dingen kunnen wij doen bij onze viering.

 

     Wij moeten het werk van Christus prijzen en het grootse feit dat God de wereld zo lief had dat Hij Zijn eniggeboren Zoon in de wereld zond om deze te redden, en wij kunnen zeer zeker de namen van Christus en Zijn Vader verheerlijken. Met alle mogelijke middelen dienen wij de geboorte van het Kindeke van Bethlehem in die eerste kerstnacht te gedenken. Wij doen dit alles omdat wij van de Heer houden en wij prijzen Hem en verheerlijken Hem en gedenken Zijn geboorte en Zijn werken.

 

     Maar hoe kunnen wij dit alles doen tenzij wij waarlijk de Geest van Christus in ons hebben? Hoe kunnen wij Zijn Geest in ons hebben tenzij wij Zijn geboden onderhouden?

 

     Indien wij Zijn geboden onderhouden, kunnen wij dan anders doen dan onze naasten liefhebben gelijk onszelf, aan anderen doen gelijk wij willen dat zij ons zouden doen, haat en conflicten uitschakelen, hen vergeven die ons misdeden, de wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en onszelf onbesmet van de wereld bewaren?

 

     leder gezin — en ieder voor zich persoonlijk — behoort in de kerstdagen te bedenken dat een deel van onze viering een nederig gebed van dankzegging en toewijding behoort te bevatten — en men zich opnieuw toewijdt aan alles waar Jezus voorstaat. " Hef uw hoofd op en wees goedsmoeds; want zie, de tijd is gekomen, en deze nacht wordt het teken gegeven, en morgen kom Ik in de wereld om de wereld te tonen dat Ik alles zal vervullen wat Ik bij monde van mijn heilige profeten heb laten spreken." (3 Nephi 1:13.)

 

     "En het geschiedde, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg. . . . ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal; Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen." (Zie Lukas 2:6, 7, 10, 11, 14.)

 

     Waar ieder van ons naar verlangt, niet alleen met Kerstmis maar altijd, is zich met anderen in liefde verenigd te voelen, met de heerlijke verzekering dat dit eeuwig kan duren. Dat is de belofte van het eeuwige leven, wat volgens God de grootste gave is die Hij zijn kinderen kan geven (zie L&V 14:7). Die belofte wordt mogelijk gemaakt door de gaven die Hij middels zijn geliefde Zoon aan ons heeft gegeven: de geboorte, de verzoening en de opstanding van de Heiland. Door het leven en de zending van de Heiland hebben wij de verzekering dat wij in liefde voor eeuwig bij onze familieleden kunnen zijn. Dat verlangen naar huis is ingeboren. Die heerlijke droom kan alleen maar uitkomen met groot geloof — groot genoeg voor de Heilige Geest om ons tot bekering te brengen, tot de doop en het sluiten en naleven van heilige verbonden met God. Dergelijk geloof eist van ons dat we de beproevingen van het sterfelijk leven moedig doorstaan. En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.