De herders laten hun schapen achter

 

     Het hart blijft niet onverschillig voor dat gene dat het Woord van God voorstelt. De herders zeggen tegen elkaar: "Laten wij toch naar Bethlehem gaan en deze zaak zien die er is gebeurd, die de Heer ons heeft bekend gemaakt." Deze beslissing maakten ze snel en werd onmiddellijk uitgevoerd. "En zij kwamen haastig en vonden Maria en Jozef, en het kindje, liggend in de kribbe." In dit eenvoudige maar mooie en grootse aanblik gaat een machtig belang van uit. Het verbindt hun hart met Hem, die Zich zo vernederd heeft. U en mijn hart moeten ook deze liefdesband kennen, die Jezus er toe gebracht heeft, deze plaats op aarde in te nemen. Hebt u al eens geprobeerd de vernedering te peilen van Hem, die Zich verwaardigd heeft een "kindje, liggend in een kribbe" te worden, om u op aarde te dienen, om u te redden?

 

     Dat is God waardig. Dat zijn de diepten van Zijn liefde. Hoe zouden ellendigen, zoals wij, Hem hebben kunnen naderen, als Hij gekomen zou zijn in de schittering van een Salomo? Kijk wat er machtiger spreekt tot onze harten dan alle heerlijkheid van Salomo: de kribbe van Bethlehem en het kindje, voor wie de kribbe dient als wieg. Hij is een Heiland, de Christus, de Heer. Een Heiland heeft u nodig, heden hebt u Hem nodig en heden kunt u Hem vinden in het herstelde evangelie van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen'.

 

     De herders laten hun schapen achter, ze vergeten ze. Één ding houdt ze bezig. De hemelse boodschapper had gezegd: "u is heden een Heiland geboren, die Christus de Heer is, in de stad van David." Het is natuurlijk goed om het te weten. Maar dat is niet voldoende. We moeten Hem kénnen. Door het Woord van God dat mij Jezus als Heiland voorstelt, ben ik er zeker van, dat Hij mijn Heiland is, de Heiland van verlorenen. Mijn Heiland, niet omdat ik tot Hem genaderd ben. Maar omdat: "de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te behouden." (Lucas 19:10).

 

  "Een kindje in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe", zou voor de herders niets geweest zijn, als zij de boodschap van de engel niet geloofd hadden. Ze hadden geen enkele reden, om die niet te geloven. Nu zij geloofd hadden was door het zien hun hart gelukkiger geworden van wat hun bekend was gemaakt. Het is vol lof en dank tegenover God. "En de herders keerden terug, terwijl zij God verheerlijkten en prezen om alles wat zij gehoord en gezien hadden, zoals tot hen gesproken was." Hun hart was er zo vol van, dat zij overal het woord bekend maakten dat hun over dit kind gesproken was. Dat maakt van ons getuigen van Jezus op aarde die zijn naam op zich hebben genomen.

 

     Veronderstel dat de boodschap van de engel was verkondigd aan een voornaam persoon van deze wereld. Zou hij niet twijfelend denken: "Het is misschien wel waar, maar kan ik daarheen gaan, in een stal? “Kan uit Nazareth iets goeds zijn?” zei Nathanaël. Hoeveel hebben gedacht, dat het God niet waardig was? Maar als zij Hem hadden gekend, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben want: 'Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben"' (1 Kor. 2:6-9; Jes. 64:4) buig ik mij neer voor de grote verborgenheid van godsvrucht en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.