Als iemand van dit brood eet zal hij in eeuwigheid leven

 

     En de Heer zei tegen Mozes: "Ik heb het gemopper en geklaag van de Israëlieten gehoord. Zeg tegen hen: Als het avond wordt, zullen jullie vlees eten. En morgenochtend zullen jullie genoeg brood te eten hebben. Dan zullen jullie toegeven dat Ik jullie Heer en God ben." Die avond kwamen er vogels aanvliegen. In het hele tentenkamp streken zwermen kwartels neer. En de volgende morgen lag er dauw in het tentenkamp. Toen de dauw was opgetrokken, lagen er over de woestijn fijne korreltjes, zo fijn als zand. Toen de Israëlieten dat zagen liggen, zeiden ze tegen elkaar: "Wat is dit?" Want ze wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: "Dit is het brood dat de Heer jullie te eten geeft." (1)

 

     Nadat de Israëlieten veilig door de Rode Zee zijn getrokken, begint er een lange barre tocht door de woestijn, op weg naar het land dat God beloofd heeft. De Israëlieten lijden honger en beginnen opnieuw te klagen. Het is makkelijk om ze weg te zetten als een stelletje zeurpieten, maar daarmee doen we geen recht aan het feit dat ze vaak dagenlang onder de brandende zon moesten lopen, zonder een waterbron of iets eetbaars tegen te komen. God stoort zich aan het geklaag, maar toch help Hij zijn volk: 's avonds stuurt Hij kwakkels (vogels waarvan het vlees kan worden gegeten), en de volgende ochtend laat Hij manna uit de hemel regenen. Zo herinnert Hij de Israëlieten eraan dat Hij het is die hen bevrijd heeft en die hen steeds opnieuw helpt. De Israëlieten mogen iedere dag zoveel manna verzamelen als ze nodig hebben, maar ze mogen niets voor de volgende dag bewaren. Ze moeten erop vertrouwen dat de volgende dag opnieuw in hun behoefte zal worden voorzien en zo van dag tot dag leven met God.

 

     Het manna werd door God gebruikt om ze op geestelijk gebied te onderwijzen en ze lichamelijk te onderhouden. Israël werd geleerd dat door het gebrek aan ander voedsel ('deed u hongerlijden') zijn voorraad manna er was 'om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des Heren uitgaat.' (2) God gebruikte de voorraad manna op zes dagen en niet op de zevende dag om Israël gehoorzaamheid te leren en strafte ze voor hun ongehoorzaamheid. (3)

 

     Jezus Christus gebruikte het manna als een symbool van zichzelf, het ware brood des levens, en vergelijkt de afschaduwing met de werkelijkheid: 'Uw vaderen hebben in de woestijn manna gegeten en zij zijn gestorven, (4) maar Hij kon zeggen: "Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is. Als iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven." (5) 

 

     Paulus verklaring in 1 Korintiërs 10:1-4 maakt duidelijk wat de Heer Israël over Christus wilde leren toen Hij ze zowel manna als water verschafte. Het commentaar van ouderling Bruce R. McConkie over de verklaring van Paulus werp er nog meer licht op: Christus is het brood dat uit de hemel kwam, het brood des levens, het geestelijke manna, waar de mensen van moeten eten om zalig te worden. (6)

 

     Hij is de geestelijke drank, het levende water, en als mensen hiervan drinken zullen ze nooit meer dorsten. (7) Het "verborgen manna", dat door Johannes in Openbaring 2:17 vermeld wordt, is volgens ouderling McConkie "het brood des levens, het goede woord voor God, de leerstellingen van Hem die het Brood des Levens is - dat alles verborgen is voor de zinnelijke geest. Zij die ervan eten zullen nooit meer hongeren en het eeuwige leven zal uiteindelijk hun erfdeel zijn." (8) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.    

 

(1. Zie Oude Testament, Exodus 16:11-15.)

 

(2. Zie Oude Testament, Deuteronomium 8:3; vergelijk met vers 16.)

 

(3. Zie Exodus 16:19; vergelijk de verzen 20, 25-30.)

 

(4. Zie Nieuwe Testament, Johannes 6:49.)

 

(5. Zie Nieuwe Testament, Johannes 6:35, 51; vergelijk de verzen 26-59.) 

 

(6. Zie Nieuwe Testament, Johannes 6:31-58.)

 

(7. Zie Nieuwe Testament, Johannes 4:6-16; zie ook Doctrinal New Testament Commentary, deel 2, blz. 355.) 

 

(8. Doctrinal New Testament Commentary, deel 3, blz. 451; Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)