Waarom leidde God Israël maar de Rode Zee

 

     De farao achtervolgde hen met al zijn paarden en wagens en ruiters, zijn hele leger. Hij haalde hen in bij Pi-Hachirot, tegenover Baäl-Zefon. Want daar hadden ze hun tentenkamp opgezet bij de zee. Toen zagen de Israëlieten dat de Egyptenaren hen achterna waren gekomen. De farao was al vlakbij. Ze werden heel erg bang en schreeuwden tot de Heer. En ze riepen tegen Mozes: "Waren er in Egypte soms geen graven? Heb je ons meegenomen om ons te laten sterven in de woestijn? Waarom heb je ons uit Egypte gehaald? In Egypte zeiden we al tegen je: "Laat ons met rust! Laat ons gewoon slaven blijven van de Egyptenaren. Want het was beter geweest om slaven te zijn van de Egyptenaren, dan te worden gedood in de woestijn!"

 

     Maar Mozes zei tegen het volk: "Wees niet bang, houd moed! Vandaag zullen jullie zien hoe de Heer jullie zal redden. Want de Egyptenaren die jullie vandaag zien, zullen jullie nooit meer terugzien. De Heer zal voor jullie strijden. Wees maar rustig, jullie hoeven zelf niets te doen."

 

     Toen zei de Heer tegen Mozes: "Waarom roep je zo luid tot Mij? Zeg tegen de Israëlieten dat ze hier moeten vertrekken. Strek je hand met je staf uit over de zee en splijt de zee. Dan zullen de Israëlieten midden door de zee kunnen gaan, over het droge. Maar Ik zal ervoor zorgen dat de Egyptenaren koppig blijven. Ze zullen hen achternagaan door de zee. Dan zal Ik aan de farao en zijn hele leger, met al zijn strijdwagens en ruiters, laten zien hoe machtig Ik ben! Heel Egypte zal toegeven dat Ik de Heer ben."

 

     De Engel van God was aldoor voor het volk Israël uit gegaan. Nu verliet Hij zijn plaats en ging achter hen staan. Ook de grote, hoge wolk verliet zijn plaats vooraan het leger en ging achter hen staan. Zo stonden zij tussen de Egyptenaren en de Israëlieten in. Aan de kant van de Egyptenaren was de wolk donker. Maar aan de kant van de Israëlieten gaf hij licht in de nacht. Daardoor kon de hele nacht het ene leger niet bij het andere leger komen. Mozes had zijn hand uitgestrekt over de zee. En de Heer zorgde ervoor dat er de hele nacht een harde oostenwind waaide. Daardoor stroomde het water van de zee weg, zodat de bodem droogviel. Zo werd het water in tweeën gedeeld. De Israëlieten gingen midden door de zee, over het droge. Het water stond als een muur links en rechts van hen. (1)

 

     Sommige moderne geleerden hebben beweerd dat Mozes Israël niet rechtstreeks naar en door de Rode Zee heeft geleid (de golf van Suez, een aftakking van de Rode Zee, maar door de "Biezenzee", daar Yam Suph in het Hebreeuws de "Biezenzee" betekent. De geleerden geloven dat het gebied waar de Israëlieten doortrokken een moerassig laagland was dicht bij de Bittere Meren.

 

     De Heer zal minstens twee redenen gehad hebben om Israël door de Rode Zee te laten trekken. Ten eerste kon Hij hierdoor zijn ontzagwekkende en grote beschermende macht tonen. Hij was de enige krijger in deze strijd tegen een van de machtigste legers van de wereld op dat moment. Deze gebeurtenis was daarom het voorspel en het bewijs dat Hij voortaan vertrouwen en gehoorzaamheid kon eisen. Ten tweede was na deze strijd de macht van het Egyptische leger vernietigd. De tijd die nodig was om Egyptes macht weer op te bouwen liet Israël onbedreigd totdat zij zich gevestigd hadden in het beloofde land. Hieruit blijkt klip en klaar dat de Heer voor ons zal strijden. Wij hoeven zelf niets te doen. (2) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.

 

(1. Zie Oude Testament, Exodus 14:9-22.)

 

(2. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)