Een zwaardere straf is haast ondenkbaar

 

     De Heer zei tegen Mozes en Aäron: "Hoelang zal Ik nog bij dit slechte volk blijven dat aldoor tegen Mij moppert en klaagt? Want Ik heb gehoord wat ze zeggen. Zeg daarom tegen hen: Dit zegt de Heer: Ik zweer bij Mijzelf dat Ik met jullie zal doen wat jullie zelf hebben gezegd: in deze woestijn zullen de lijken liggen van alle getelde mannen. Alle mannen van 20 jaar en ouder zullen hier sterven, om dat jullie tegen Mij hebben gemopperd en geklaagd. 

 

     Jullie zullen niet komen in het land waarvan Ik gezworen had dat jullie er zouden gaan wonen. Behalve Kaleb en Jozua. Maar jullie kinderen,  jullie hebben gezegd dat ze gevangen genomen zouden worden, die zal Ik er brengen. Zij zullen wonen in het land dat jullie niet wilden. Maar júllie zullen in deze woestijn sterven. En jullie kinderen zullen de gevolgen dragen van jullie ongehoorzaamheid.

 

     Zij zullen 40 jaar lang in deze woestijn rondtrekken, totdat jullie allemaal zijn gestorven in deze woestijn. Jullie hebben 40 dagen lang het land verkend. Nu zullen jullie 40 jaar lang de gevolgen van jullie ongehoorzaamheid moeten dragen. Voor elke dag één jaar. Zo zullen jullie weten wat het betekent als Ik niet meer met jullie ben. Ik, de Heer, heb gesproken. Dit is wat Ik ga doen met dit slechte volk dat in zijn geheel ongehoorzaam aan Mij is. In deze woestijn zullen ze sterven." (1)

 

     Tijdens hun tocht door de woestijn hebben de Israëlieten het zwaar te verduren, maar steeds opnieuw is het God die voor hen zorgt. Wanneer ze dorst lijden, laat Hij water uit de rots komen. Wanneer ze honger hebben, stuurt Hij manna uit de hemel. Toch blijven de Israëlieten klagen, en vertrouwen ze niet op God. Als het volk vlak bij Kanaän is, het land dat God hun beloofd heeft, stuurt Mozes een aantal mannen vooruit om het land te verkennen. De verspieders komen terug met de boodschap dat het land weliswaar vruchtbaar is, maar onmogelijk om in te nemen.

 

     Opnieuw barst het volk in jammerklachten uit en werpt het Mozes de gebruikelijke verwijten voor zijn voeten. "Waren we maar in Egypte gestorven, of hier in de woestijn." Voor God is de maat vol. De Israëlieten krijgen hun zin: ze zullen inderdaad sterven in de woestijn. Pas over veertig jaar mag het volk Kanaän binnengaan. Veertig jaar lang moeten de Israëlieten wachten en door de woestijn zwerven. In die tijd moeten ze leren om te leven in afhankelijkheid van God.

 

     Maar daar bleef het niet bij. Er werden plannen gemaakt om Mozes af te zetten en een leider te kiezen die ze naar Egypte terug zou brengen. (2) Toen Jozua en Kaleb probeerden tegen het negatieve verslag in te gaan, werden ze bijna door de menigte gestenigd. (3) 

 

     Het is geen wonder dat de toorn des Heren verwekt was. In een groots bemiddelend gebed pleitte Mozes om genade voor zijn volk. (4) Hij verontschuldigde het gedrag van zijn volk niet, maar legde de nadruk op de lankmoedigheid des Heren. Israël werd gespaard, maar het voorrecht om het beloofde land direct binnen te mogen werd hun ontnomen.

 

     Gedurende de volgende achtendertig jaar zouden zij in de barre woestenij van Sinaï rond moeten zwerven. In die tijd hadden zij de bewoners van het beloofde land kunnen overwinnen, steden kunnen bouwen, van de vruchten van het land kunnen genieten en zich settelen. Een zwaardere straf is haast ondenkbaar. (5) En dit getuig ik in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.    

 

(1. Zie Oude Testament, Numeri 14:26-35.)

 

(2. Zie Oude Testament, Numeri 14:4 en Nehemia 9:17.)

 

(3. Zie Oude Testament, Numeri 14:10.)

 

(4. Zie Oude Testament, Numeri 14:13-14.) 

 

(5. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)