In ons voortdurende streven om het kwaad te weerstaan

 

     Onze hemelse Vader, laten alle mensen diep ontzag voor U krijgen. Laat uw Koninkrijk komen. Laat op aarde worden gedaan wat Ú wil, net zoals in de hemel wordt gedaan wat U wil. Geef ons vandaag het eten dat we nodig hebben. Vergeef ons wat we verkeerd doen, net zoals wij ook de mensen vergeven die verkeerd tegen óns doen. En stel ons niet op de proef, maar red ons van het kwaad. Want van U is het Koninkrijk en alle kracht en alle macht en alle hemelse majesteit, tot in eeuwigheid. Amen. Zo is het!

 

     Als u de mensen vergeven wat ze verkeerd doen, zal uw hemelse Vader u ook vergeven wat u verkeerd doet. Maar als u andere mensen niet vergeeft, zal uw Vader u ook niet vergeven. (1)

 

   In Mattheüs 6 vervolgt Jezus de Bergrede. Hij leert dat goede daden met de juiste instelling dienen te worden gedaan. Hij benadrukt dat dit dient te gebeuren om onze hemelse Vader te behagen. Hij leert zijn discipelen eveneens dat zij eerst het koninkrijk van God dienen op te bouwen.

 

     Ik plaatst God boven al het andere in mijn leven. Sinds ik dat doe en God op de eerste plaats zet, krijgt al het andere automatisch zijn juiste plaats of het verdwijnt uit mijn leven. De aanspraken die er gemaakt worden op mijn liefde, de eisen die er gesteld worden aan mijn tijd, de belangen die ik nastreef en de volgorde van mijn prioriteiten - mijn liefde voor de Heer zal dat allemaal bepalen. 

 

     De waarschuwing om geen 'omhaal van woorden' te gebruiken, betekent niet noodzakelijk dat wij niet dezelfde of gelijkaardige woorden mogen gebruiken als wij bidden. Het is dus in wezen niet verkeerd om in gebed vaak voorkomende woorden of zinsneden te gebruiken. Wat wel belangrijk is, is de oprechtheid waarmee het gebed wordt uitgesproken. De Heer waarschuwt tegen werktuiglijke, oppervlakkige of holle gebeden. Onze gebeden dienen nederig, oprecht en met geloof te worden uitgesproken.

 

     De Heiland leerde hoe wij dienen te bidden. Zijn eigen gebedsmodel is bekend geworden als het Onze vader. Zijn verzoek om 'dagelijks brood' omvat ook een behoefte aan geestelijke voeding. Jezus, die Zichzelf 'het brood des levens' noemde, gaf een belofte: 'Wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren.' (2) En als we goed leven en deel nemen aan het avondmaal, wordt ook aan mij beloofd dat ik altijd zijn Geest bij mij mag hebben. (3) Dat is geestelijke voeding die ik op geen enkele andere wijze kan verkrijgen.

 

     Als de Heer zijn gebed afsluit, erkent Hij Gods grote macht en heerlijkheid en eindigt met 'amen'. Mijn gebeden eindigen ook met amen. Hoewel het in verschillende talen anders wordt uitgesproken, betekent het overal hetzelfde; 'waarlijk' of 'dat zij zo'. Amen toevoegen, is een plechtige bevestiging van een toespraak of gebed. (4) Wie het met de inhoud eens is, dient hoorbaar amen (5) te zeggen om daar mee aan te geven: 'dat is ook mijn plechtige verklaring'. (6)

 

     De Heer ging zijn gebed vooraf met een verzoek aan zijn volgelingen om 'ijdele herhalingen' (7) te vermijden en 'aldus' (8) te bidden. Zo dient het Onze Vader dus als een patroon dat wij moeten volgen en niet als een uit het hoofd te leren stuk tekst dat we herhaaldelijk opzeggen. De Meester wil gewoon graag dat we om Gods hulp bidden in ons voortdurende streven om het kwaad te weerstaan en een rechtschapen leven te leiden. Dat mijn leven zich mag blijven voltrekken in een sfeer die boven elke andere sfeer verheven is, (9) is mijn gebed in Jezus Christus naam. Amen.

 

 (1. Zie Nieuwe Testament, Mattheüs 6:9-15.)

 

(2. Zie Nieuwe Testament, Johannes 6:35; zie ook Johannes 6:48, 51.)

 

(3. Zie Boek van Mormon, Moroni 4:3; 5:2; Leer en Verbonden 20:77, 79.)

 

(4. Zie Nieuwe Testament, Openbaring 1:18; 22:20-21. Het wordt ook gebruikt bij het bevestigen van overeenkomsten, zie Oude Testament 1 Koningen 1:36.)

 

(5. Zie Nieuwe Testament, 1 Korintiërs 14.16.)

 

(6. Zie Oude Testament, Psalmen 106:48; Nieuwe Testament, Openbaring 5:13-14; 19:4; Leer en Verbonden  88:135.)

 

(7. Zie Nieuwe Testament, Mattheüs 6:7; Boek van Mormon, 3 Nephi 13:7.)

 

(8. Zie Nieuwe Testament, Mattheüs 6:9; Boek van Mormon, 3 Nephi 13:9.)

 

(9. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)