Hij wil dat niemand verloren gaat

 

     Toen ze Hem aan de overkant van het meer vonden, vroegen ze Hem: "Meester, wanneer bent U hier aangekomen?" Jezus antwoordde: "Luister goed! Jullie zoeken Mij niet omdat jullie Mij wonderen hebben zien doen. Maar jullie zoeken Mij omdat jullie brood  hebben gekregen en genoeg hebben kunnen eten. Maar jullie moeten je niet zo druk maken over gewoon eten. Gewoon eten is ook weer gauw verdwenen. Zoek liever naar het eten dat eeuwig leven geeft. De Mensenzoon kan dat jullie geven. Want God de Vader heeft Mij daarvoor de macht en het recht gegeven." Toen vroegen ze Hem: "Wat wil God dan dat we doen?" Jezus antwoordde: "God wil dat jullie geloven in de Man die Hij heeft gestuurd." Ze antwoordden Hem: "Welk bewijs geeft U ons dat we in U moeten geloven? Waaraan kunnen we dat zien? Wat voor teken geeft U ons? Onze voorouders hebben in de woestijn manna gegeten. Dat staat in de Boeken: 'Hij gaf hen brood uit de hemel te eten.' Kunt U iets doen wat bijzonderder is dan dat?"

 

     Jezus antwoordde: "Luister goed! Ik zeg u dat Mozes u niet het echte brood uit de hemel heeft gegeven. Mijn hemelse Vader geeft u het echte brood uit de hemel. Want alleen het brood dat uit de hemel komt geeft leven aan de mensen, is het echte brood van God." Toen zeiden ze tegen Hem: "Heer, wilt U ons dan altijd van dat brood geven?" Jezus antwoordde: "IK BEN dat echte brood dat levend maakt. Iedereen die bij Mij komt, zal nooit meer honger hebben. En iedereen die in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben. 

 

     Maar u gelooft Mij niet, ook al heeft u Mij gezien. Dat heb Ik al eerder gezegd. Maar iedereen die de Vader aan Mij geeft, zal naar Mij toe komen. En Ik zal niemand die naar Mij toe komt, wegsturen. Want Ik ben niet uit de hemel gekomen om te doen wat Ik Zelf wil, maar om te doen wat God wil. Want Hij heeft Mij gestuurd. En Hij wil dat er niemand verloren gaat van de mensen die Hij Mij heeft gegeven. Hij wil dat Ik hen allemaal op de laatste dag uit de dood terugroep en weer levend maak. Want mijn Vader wil dat iedereen die Mij ziet en in Mij gelooft, het eeuwige leven zal hebben. En Ik zal hem op de laatste dag uit de dood terugroepen en weer levend maken." (1)

 

     De Bijbelvertaling van Joseph Smith van Johannes 6:26 zegt het volgende: "Jezus antwoordde hun en zei: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: U zoekt Mij, niet omdat u verlangt acht te slaan op mijn leringen, noch omdat u de tekenen gezien hebt, maar omdat u van de broden gegeten hebt en verzadigd bent."

 

     De mensen met wie Jezus spreekt zijn hongerig, geestelijk hongerig. Ze hebben de grootste moeite om te begrijpen wat Jezus hun wil vertellen, maar toch hangen ze aan zijn lippen. Door zijn woorden, zijn gedrag en de tekenen die Hij doet, weten de mensen dat ze bij Hem moeten zijn met hun vragen. Een van de vragen die zij stellen klinkt ook ons vandaag bekent in onze oren: "Wat moeten we doen?"

 

     Soms willen we zo graag het goede doen, maar weten we niet zeker wat God van ons vraagt. Jezus legt echter zonder omhaal van woorden uit wat het betekent om Gods wil te doen: geloven in de Zoon, je richten op Hem. Hij is het brood dat leven geeft, als je bij Hem aanklopt met je honger en je vragen, zal Hij je voeden. Nooit meer honger, nooit meer dorst; Hij wil dat niemand verloren gaat. (2) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.

 

(1. Zie Nieuwe Testament, Johannes 6:25-40.)

 

(2. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)