Ik ben in zijn handen en dat zal ik nooit vergeten

 

     De Heer God brengt jullie in een goed land. Een land met beken, bronnen en rivieren die in de dalen en op de bergen ontstaan. Een land met tarwe en gerst, wijnstruiken, vijgenbomen en granaatappelbomen. Een land met honing en olijfbomen vol olie. Een land waar jullie meer dan genoeg te eten zullen hebben en waar jullie aan niets tekort zullen hebben. Een land waar ijzer in de stenen zit en koper in de bergen. Jullie zullen altijd genoeg te eten hebben. Prijs dan jullie Heer God voor het prachtige land dat Hij jullie heeft gegeven en wees Hem dankbaar.

 

     Maar het gevaar bestaat dat jullie je Heer God vergeten. Dat jullie je niet meer houden aan de wetten en leefregels die ik jullie nu geef. Pas daarvoor op! Want als jullie meer dan genoeg te eten hebben, goede huizen bouwen en daarin wonen, steeds grotere kudden koeien, schapen en geiten krijgen en steeds meer zilver en goud hebben en steeds rijker worden, bestaat het gevaar dat jullie trots worden. Dan vergeten jullie de Heer God die jullie uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd. 

 

     Maar Hij heeft jullie door die grote en verschrikkelijke woestijn geleid, vol giftige slangen en schorpioenen, waar het kurkdroog is, zonder water. Hij heeft voor jullie water uit de rots laten komen. Hij heeft jullie in de woestijn het manna te eten gegeven waar jullie voorouders nog nooit van hadden gehoord. Zo wilde Hij jullie leren om ontzag voor Hem te hebben. Hij heeft jullie getest en is uiteindelijk goed voor jullie geweest. 

 

     Denk dus niet bij jezelf: 'Ik heb er zélf voor gezorgd dat ik zo rijk ben geworden.' Maar jullie moeten aan je Heer God blijven denken. Want Híj is het die jullie de kracht geeft om rijk te worden. Zo houdt Hij Zich aan het verbond dat Hij met jullie voorvaders Abraham, Izaäk en Jakob heeft gesloten. En vandaag wordt zijn belofte werkelijkheid. (1)

 

     Na veertig jaar rondtrekken door de woestijn staat het volk eindelijk op de drempel van het beloofde land. Het zal een prachtig land zijn, met rivieren en bronnen, akkers en boomgaarden in overvloed. Heel anders dan de dorre woestijn waar het volk steeds honger en dorst leed.

 

     Maar Mozes waarschuwt de Israëlieten voor een gevaar dat een leven in welvaart met zich meebrengt: in al hun overvloed kunnen de mensen denken God niet meer nodig te hebben. De woestijn was een plek waar het vertrouwen van het volk in God werd getest. Maar het beloofde land stelt hen misschien nog wel meer op de proef. Daar is de verleiding om trots te worden, om te vergeten dat alle rijkdom door God is gegeven, om God zelf te vergeten.

 

     Mozes herinnert de Israëlieten aan alles wat God voor hen gedaan heeft. God wil het goede voor zijn volk. En Hij wil dat ze Hem niet vergeten. Want alleen als het volk in verbondenheid leeft met God, kan het beloofde land hun echt het goede brengen dat Hij voor hen heeft weggelegd.

 

     Ik heb het geestelijke DNA van God. Ik heb unieke gaven die uit mijn geestelijke schepping voortgekomen zijn en tijdens het immense tijdsbestek van mijn voorsterfelijk leven ontplooid zijn. Ik ben geestelijk gezien het kind van mijn barmhartige, eeuwige Vader in de hemel, de Heer der heerscharen, Hij die het heelal schiep, die de wervelende sterren aan het uitgestrekte uitspansel van de ruimte plaatste en de planeten in hun aangewezen omloop zette. Ik ben in zijn handen en dat zal ik nooit vergeten. (2) En dit getuig ik in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Zie Oude testament, Deuteronomium 8:7-18.)

 

(2. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)