En zo werden de Israëlieten een groot volk

 

     Er kwam in Egypte een nieuwe koning aan de macht, die Jozef niet gekend had. Hij zei tegen zijn volk: "De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Want stel dat er oorlog uitbreekt en zij zich aansluiten bij onze vijanden, de strijd tegen ons aanbinden en uit het land wegtrekken!"

 

     Er werden slavendrijvers aangesteld die de Israëlieten tot zware arbeid dwongen. Ze moesten voor de farao de voorraadsteden Pitom en Raämses bouwen. Maar hoe meer de Israëlieten onderdrukt werden, des te talrijker werden ze. Ze breidden zich zo sterk uit dat de Egyptenaren een afkeer van hen kregen. Daarom beulden ze hen af en maakten ze hun het leven ondraaglijk met zwaar werk: ze moesten stenen maken van klei en op het land werken, en ze werden voortdurend mishandeld. (1)

 

     Eens waren de Israëlieten in Egypte gaan wonen omdat in hun eigen land hongersnood heerste. Lange tijd hadden ze het daar goed. Maar nu is er een farao aan de macht gekomen die hen wantrouwt. Om de groei van het volk de kop in te drukken, laat deze farao de Israëlieten zware slavenarbeid verrichten. Een handige oplossing, voor de gemoedrust én de portemonnee van de farao. De Israëlieten gaan zwaar onder de onderdrukking gebukt. Maar God laat zijn volk niet in de steek. Hij zorgt er juist voor dat het volk steeds groter wordt.

 

     Wantrouwen tegen vreemdelingen en de onderdrukking die er soms op volgt, het is iets van alle tijden. Wanneer de Israëlieten jaren later als vrije mensen in hun eigen land leven, waarschuwt God hen hiertegen. Ze mogen vreemdelingen en slaven niet onderdrukken maar moeten hen met liefde behandelen. Ze weten immers hoe het voelt om onvrij en afhankelijk te zijn, omdat ze zelf dat ook zijn geweest in Egypte. (2)

 

     Vele geleerden achten het mogelijk dat Jozef tot macht kwam in Egypte toen dit land beheerst werd door het volk van Hyksos de schaapherder koningen vermeldde dat hun overwinning en overheersing grote verbittering bij de Egyptenaren teweeg had gebracht. De Hyksos waren Semitische volken uit de landen ten noorden en oosten van Egypte. Daar Jakob en zijn gezin ook Semitisch waren, is het gemakkelijker te begrijpen dat Jozef door de Hyksos begunstigd werd en ook toen zij tenslotte verslagen en uit Egypte verdreven werden, de Israëlieten plotseling uit de gunst van de geboren Egyptenaren vielen.

 

     Velen hebben zich afgevraagd hoe Jozef zo vele jaren onderkoning van Egypte geweest kan zijn zonder dat zijn naam in een van de verslagen of op de monumenten van Egypte vermeld staat. Als de theorie van de Hyksos overheersing juist is, dan zou Jozefs naam met die van de andere Hyksos-heersers uit de verslagen en van de monumenten genomen zijn.

 

     Niettemin beweert een geleerde dat hij de naam van Yufni gevonden heeft, wat de Egyptische vertaling zou zijn van de Hebreeuwse naam Yosef. (3) Hoewel dit bewijs niet absoluut afdoende is, kan er minstens gezegd worden dat er buiten de Bijbel nog meer bewijzen van Jozefs bestaan kunnen zijn.

 

     De maatregelen die de farao nam om de Israëlieten te verdrukken waren niet in staat om het plan van God om een groot volk te scheppen te verijdelen. (4) En dit getuig ik in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Zie Oude Testament, Exodus 1:8-14.)

 

(2. Zie Oude Testament, 22:20; 23:9; Leviticus 19:34; Deuteronomium 10:19; 15:15.) 

 

(3. Zie Donovan Courville, "My Search for Joseph", Sings of the Times, oktober 1977, blz. 5-8.)

 

(4. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)