En zo zijn de mensen op de planeet Aarde gekomen

 

     En Hij reisde langs de steden en dorpen naar Jeruzalem en vertelde overal het goede nieuws aan de mensen. Iemand vroeg aan Jezus: "Heer, wordt er maar een klein aantal mensen gered?" Hij antwoordde: "Doe je uiterste best om het Koninkrijk binnen te gaan. Want de poort daarheen is maar smal. Ik zeg u dat heel veel mensen zullen proberen om naar binnen te gaan. Maar bij veel van hen zal dat niet lukken. 

 

     Op een dag zult u buiten staan. U zal op de deur gaan kloppen en zeggen: 'Heer, doe open!' Maar Hij zal tegen u zeggen: 'Ik ken u niet.' Dan zult u zeggen: 'Heer, we hebben met U gegeten en gedronken! U gaf les in onze straten!' Maar Hij zal tegen u zeggen: 'Ik ken u niet. Ga weg! U was altijd ongehoorzaam aan God!' 

 

     Dan zult u huilen en met tanden knarsen van spijt. Want u zult Abraham en Izaäk en Jakob en alle profeten in het Koninkrijk van God zien, maar zelf niet naar binnen mogen. Er zullen mensen uit het oosten en westen en noorden en zuiden komen, en ze zullen aan tafel gaan in het Koninkrijk van God. En veel mensen die nu het eerst zijn, zullen straks het laatst zijn. En veel mensen die nu het laatst zijn, zullen straks het eerst zijn." (1) 

 

     Het is een vraag die Jezus wel vaker voorgelegd krijgt: wie zullen gered worden? Of: wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? (2) Zoals altijd windt Jezus er geen doekjes om. Hij vertelt de mensen liefdevol de waarheid en wijst zijn luisteraars op de smalle deur. Het vergt blijkbaar wat moeite, maar het is weldegelijk mogelijk om erdoor naar binnen te gaan.

 

     Hoe? Door een rechtvaardig leven te leiden (vers 27). Op een andere plek zegt Jezus het zo: "Niet iedereen die Heer,  tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader." (3) Handelen naar Gods wil is niet altijd de weg van de minste weerstand - maar het is wel de weg die leidt naar een eeuwig leven met Hem.

 

     Het plan van mijn hemelse Vader bestaat uit drie delen: 1. ons voorsterfelijke leven, dat aan onze lichamelijke geboorte voorafging; 2. ons sterfelijke leven op aarde; en 3. ons na sterfelijke leven, na onze lichamelijke dood.

 

     Vóór onze geboorte woonden we als geestkind bij onze Vader in de hemel. We verschilden echter wel van onze hemelse Vader, en om zoals Hij te worden en dezelfde zegeningen te ontvangen, moesten we op aarde eerst een stoffelijk lichaam krijgen en ervaring opdoen.

 

     Het is God er om te doen om ons in de gelegenheid te stellen om al zijn zegeningen te ontvangen. Hij heeft een volmaakt plan ontwikkeld om zijn doel te bereiken. Voordat we op aarde kwamen, begrepen we dit plan en accepteerde we het. We konden alleen ontwikkeling doormaken en zoals God worden als we een lichaam kregen en op aarde op de proef gesteld werden. (4)

 

     Toen onze hemelse Vader zijn plan van geluk aan ons voorstelde, kregen we te horen dat we een Heiland nodig hadden om zijn plan uit te voeren. Lucifer, een van Gods geestkinderen, kwam in opstand tegen het plan. Hij werd Satan genoemd, een Hebreeuws woord dat 'tegenstander' betekent. Jezus Christus werd in het voorsterfelijk leven gekozen om de Verlosser van de mensheid te worden, zo zijn de mensen op de planeet Aarde gekomen en mogen zij bij gehoorzaamheid leven in een sfeer die boven elke andere sfeer verheven is, (5) in naam van Christus. Amen.

 

 

(1. Zie Nieuwe Testament, Lucas 13:22-30.) 

 

(2. Zie Nieuwe Testament, Mattheüs 19:16.)  

 

(3. Zie Nieuwe Testament, Mattheüs 7:21.) 

 

(4. Zie Predik mijn evangelie: handleiding voor zendingswerk [2004], blz. 48-49.)

 

(5. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)