De grootheid van God en zijn Zoon Jezus Christus

 

     "O, de grootheid en gerechtigheid van onze God! Want Hij voert al zijn woorden uit, en zij zijn uit zijn mond voortgegaan, en zijn wet moet worden vervuld. Maar zie, de rechtvaardigen, de heiligen van de Heilige Israëls, zij die hebben geloofd in de Heilige Israëls, zij die de kruisen van de wereld hebben verdragen en de smaad ervan niet hebben geacht, zij zullen het koninkrijk Gods beërven dat voor hen is bereid vanaf de grondlegging der wereld, en hun vreugde zal voor eeuwig overvloedig zijn.

 

     O, de grootheid van de barmhartigheid van onze God, de Heilige Israëls! Want Hij bevrijdt zijn heiligen van dat verschrikkelijke monster, de duivel, en van de dood en de hel, en van die poel van vuur en zwavel, die eindeloze kwelling is. O, hoe groot is de heiligheid van onze God! Want Hij weet alle dingen, en er is niets of Hij weet het.

 

     En Hij komt in de wereld om alle mensen te redden, indien zij naar zijn stem willen luisteren; want zie, Hij doorstaat de pijnen van alle mensen, ja, de pijnen van ieder levend schepsel, van zowel mannen als vrouwen als kinderen, die behoren tot het geslacht van Adam. En Hij doorstaat dit om alle mensen de opstanding deelachtig te laten worden, opdat allen voor Hem zullen staan op die grote dag, de dag des oordeels.

 

     En Hij gebiedt alle mensen zich te bekeren en zich in zijn naam te laten dopen, met volmaakt geloof in de Heilige Israëls, anders kunnen zij niet worden behouden in het koninkrijk Gods. En indien zij zich niet bekeren en niet in zijn naam geloven en zich niet in zijn naam laten dopen en niet tot het einde volharden, dan moeten zij worden verdoemd, want de Here God, de Heilige Israëls, heeft het gesproken. (2 Nephi 9:17-24.)

 

     Bij het lezen van 2 Nephi 9 valt de interessante manier op waarop Jakob elk onderwerp benadert. Vers 8 begint bij-voorbeeld met: "O, de wijsheid Gods, zijn barmhartigheid en genade!" Vers 10 begint met: "O hoe groot is de goed-heid van onze God." Zo ook met de verzen 13, 17, 19 en 20. In al deze verzen wordt een eigenschap van God genoemd: God is vol wijsheid, goedheid, rechtvaardigheid, barmhartigheid en heiligheid. De profeet Joseph Smith heeft gezegd:

 

     "Als men hier een beetje over nadenkt, zal men inzien dat het idee, dat de Godheid deze eigenschappen bezit noodzakelijk is om welk redelijk wezen dan ook in staat te stellen in Hem te geloven; want zonder het idee dat de Godheid deze eigenschappen bezit, zouden de mensen niet op Hem kunnen vertrouwen voor hun leven en hun verlossing; want zonder de kennis van alle dingen, zou God niet in staat zijn om ook maar één deel van zijn schepselen te redden. Het is dankzij de kennis die Hij heeft van alle dingen, van het begin tot het einde, dat Hij zijn schepselen dat begrip kan geven waardoor zij deelgenoten worden van het eeuwige leven; en als de mensen niet dachten dat God alle kennis bezit, zou het onmogelijk zijn om geloof in Hem te hebben.

 

     God de Vader is de allerhoogste God waarin we geloven en die wij aanbidden. Hij is de hoogste Schepper, Heerser en Bewaker van al het bestaande. Hij is volmaakt, almachtig en alwetend. Hij heeft 'een lichaam van vlees en beenderen, even tastbaar als dat van de mens’ (L&V 130:22). Hij is een God van gerechtigheid, kracht, kennis en macht, maar Hij is ook een God van volmaakte goedgunstigheid en liefde. Hoewel we 'niet de betekenis van alle dingen kennen', kan de zekere kennis dat Hij ons liefheeft, ons vrede schenken. (Zie 1 Nephi 11:17.) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.