De oordelen die de goddelozen zullen treffen

 

     Ik zal de hemel doen wankelen, en de aarde zal bevend van haar plaats wijken door de verbolgenheid van de Heer, ten dage van zijn brandende toorn. En het zal zijn als de opgejaagde gazel, en als een schaap dat niemand opneemt; en iedereen zal zich wenden tot zijn eigen volk, zal vluchten naar zijn eigen land. Iedereen die hoogmoedig is, zal worden doorstoken, ja, die zich bij de goddelozen heeft gevoegd, zal door het zwaard vallen.

 

     Hun kinderen zullen voor hun ogen worden verpletterd; hun huizen zullen worden geplunderd en hun vrouwen geschonden. Zie, Ik zal de Meden tegen hen opwekken, die zilver en goud niet zullen achten, noch hun behagen erin zullen hebben. Ook zullen hun bogen de jongelingen verpletteren; en zij zullen geen erbarmen hebben met de vrucht van de schoot; hun ogen zullen kinderen niet sparen.

 

     En Babylon, het sieraad der koninkrijken, de trotse luister der Chaldeeën, zal zijn als Sodom en Gomorra, toen God ze ondersteboven keerde; het zal in eeuwigheid niet meer worden bewoond, noch worden bevolkt van geslacht tot geslacht; noch zal de Arabier daar zijn tent opslaan; noch zullen de herders daar legeren.

 

     Maar de wilde dieren van de woestijn zullen daar neerliggen; en hun huizen zullen vol jakhalzen zijn; en uilen zullen daar wonen, en saters zullen daar dansen. En de wilde dieren van de eilanden zullen huilen in hun verlaten huizen, en draken in hun lusthoven; en haar tijd is nabij, en haar dag zal niet worden verlengd. Want Ik zal haar spoedig vernietigen; ja, want Ik zal barmhartig zijn jegens mijn volk, maar de goddelozen zullen verloren gaan. (Zie 2 Nephi 23:13-22; zie ook Jesaja 13:13-22.)

 

     Dit zijn profetieën betreffende de oordelen die de goddelozen zullen treffen. Zij die zich tegen de Heer hebben verzet zullen, voor en tijdens de wederkomst van de Heer, getuigen zijn van grote verwoestingen. Mensen zullen door het zwaard vallen en hun huizen zullen worden geplunderd. (Zie de verzen 15-18.) Ook vrouwen en kinderen zullen veel moeten lijden. (Zie de verzen 15-18.) "want Ik zal barmhartig zijn jegens mijn volk, maar de goddelozen zullen verloren gaan." (vers 22.)

 

     Dit is Jesaja's beschrijving van het grote oordeel dat Johannes de Openbaarder zag. (Zie Openbaring 9, 11, en 16-18.) Denk eraan dat Babylon zowel een geestelijke als ook een letterlijke betekenis heeft. Zoals met veel van Jesaja's profetieën het geval is, zullen ook deze op twee manieren vervuld worden. Tijdens de regering van Nebukadnesser, omstreeks 600 v. Chr. werd Babel inderdaad een van de prachtigste steden van de wereld. In 539 v. Chr. werd het ingenomen door de Meden en Perzen en daarna begon de achteruitgang. Tegen de tijd dat Christus op aarde was, woonden er nog maar een paar Joden die door de Romeinen verbannen waren. Honderd jaar later was het helemaal verlaten en tot op heden is het onbewoond gebleven. 

 

     Maar Babylon is ook de naam van satans koninkrijk of de wereld waarin wij leven. (Zie L&V 1:16.) Tijdens de grote oordelen die onmiddellijk voorafgaand aan de wederkomst van Christus zullen plaatsvinden, zal het geestelijke Babylon, ook wel bekend als de kerk van de duivel, of de grote hoer van de aarde, (zie 1 Nephi 14:10; Openbaring 17:1-5) vernietigd worden en tijdens het millennium geheel verdwijnen. Of u Jesaja's profetie dus tijdelijk of geestelijk opneemt, ze is letterlijk vervuld of zal dit nog worden. (1) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)