Blootgesteld worden aan de sterfelijke staat

 

     Adams overtreding werd gemotiveerd door goede verlangens want Adam bevond zich in een positie, waarin het voor hem onmogelijk werd gemaakt de geboden, die hen door de Heer uitdrukkelijk gegeven waren, beide te gehoorzamen. God had hem en zijn vrouw geboden zich te vermenigvuldigen en de aarde te vervullen. Adam was nog niet vervallen tot de sterfelijke staat waarin Eva al verkeerde toen zij van de verboden vrucht had gegeten en in die twee verschillende toestanden konden zij niet bij elkaar blijven, waardoor het hun onmogelijk was het goddelijke gebod ten aanzien van de voortplanting na te komen.

 

     Anderzijds zou Adam een ander gebod overtreden als hij aan Eva's verzoek, om ook van de verboden vrucht te nemen, toe zou geven. Weloverwogen nam hij het verstandige besluit zich te houden aan het eerste en grotere gebod en at daarom ook van de 'boom der kennis van goed en kwaad', in het volle besef van wat hij deed. De Schriften bevestigen dat Adam hierin met begrip heeft gehandeld.

 

     In zijn zendbrief aan Timoteüs zet Paulus uiteen: "Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen." (1 Timoteüs 2:14.) Toen Lehi zijn zonen de schriften uitlegde, verkondigde hij: "Adam viel, opdat de mensen mochten zijn; en de mensen zijn, opdat zij vreugde mogen hebben. (2 Nephi 2:25.)

 

     Het onmiddellijke gevolg van de zondeval was dat de levenskracht van de mens in zijn aanvankelijke onsterfelijke staat werd vervangen door de sterfelijke toestand, met alle daaraan verbonden zwakheden. Adam ondervond onmiddellijk de gevolgen van de overtreding, toen hij in plaats van de schoonheid en vruchtbaarheid van Eden, een dorre en woeste aarde aantrof met een betrekkelijke onvruchtbare bodem. Doornen en distels schoten op in de plaats van aangename en nuttige planten en de man moest hard werken om de grond te bebouwen om het nodige voedsel te verkrijgen, wat lichamelijke vermoeidheid en pijn (kramp) veroorzaakte.

 

     Eva onderging de straf van lichamelijke verzwakking, pijnen en verdriet, die sindsdien als het natuurlijke lot van de vrouw zijn beschouwd, vielen haar ten deel en zij werd aan het gezag van haar man onderworpen. Omdat zij hun vroegere onschuld verloren hadden, begonnen zij zich wegens hun naaktheid te schamen, waarop de Heer kledingstukken van dierenvellen voor hen maakte. Zowel de man als de vrouw werden bestraft met de geestelijke dood, want nog die zelfde dag werden zij uit Eden en uit de tegenwoordigheid van God verbannen.

 

     In sommige godsdienstige kringen is het de gewoonte om erg afkeurend te spreken over Adam en Eva in verband met wat zij noemen "de schandelijke val van de mens". Zij die onze eerste ouders dergelijke verwijten maken, begrijpen het plan van zaligheid niet en zeer zeker niet hoe het werkt. Adam en Eva hebben recht op onze diepste dankbaarheid, want zij gebruikte hun vrije wil om het goddelijke plan te bevorderen, niet om het tegen te houden. Zonder de keus die zij gedaan hebben, zou iedereen nog een ongeboren geest zijn zonder gelegenheid voor verdere groei en ontwikkeling.

 

     Daarom riep Jakob zijn mede-Nephieten op om de kostbare tijd op aarde goed te gebruiken. "Geef daarom geef geen geld uit voor wat van geen waarde is, noch werk voor iets dat niet bevredigt." (Zie 2 Nephi 9:51.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.