Bereidt u voor op die glorierijke dag

 

     "Ik weet dat de woorden van de waarheid streng zijn tegen alle onreinheid; maar de rechtvaardigen vrezen ze niet, want zij hebben de waarheid lief en blijven onverwrikt. Welnu, komt tot de Heer. Bedenkt dat zijn wegen rechtvaardig zijn. Het pad is smal, maar het ligt recht vooruit en de poortwachter is de Heilige Israëls; en Hij heeft daar geen knecht in dienst gesteld; en er is geen andere weg dan door de poort; want Hij kan niet worden misleid, want Here God is zijn naam. Wie klopt, Hij zal opendoen; en de wijzen, geleerden en hen die opgeblazen zijn wegens hun geleerdheid, wijsheid en rijkdommen, die versmaadt Hij; en tenzij zij deze dingen van zich afwerpen en zichzelf dwazen voor het gezicht van God achten en afdalen in de diepste nederigheid, zal Hij niet opendoen.

 

     O, keert u af van uw zonden; schudt de ketenen af van hem die u wilt vastbinden; komt toch tot die God die de Rots van uw redding is. Bereid uw ziel voor op die heerlijke dag, des oordeels, waarop de rechtvaardigen recht zal worden gedaan, opdat u niet ineenkrimpt van verschrikkelijke angst; opdat u niet een volmaakte herinnering aan uw verschrikkelijke schuld zult hebben en wordt gedrongen uit te roepen: Heilig, heilig zijn uw oordelen, o Here God, Almachtige, ik ken mijn schuld en heb uw wet overtreden, en de duivel heeft mij in zijn bezit gekregen, zodat ik een prooi ben van zijn verschrikkelijke ellende. Omdat u niet heilig bent en mij als leraar beschouwt, moet ik u wel de gevolgen van de zonde leren. Mijn ziel verafschuwt de zonde en mijn hart schept behagen in de rechtvaardigheid; en zal mijn God loven. (Zie 2 Nephi 9:43-49.)

 

     Toegang tot het celestiale koninkrijk wordt slechts verleend door onze Heiland, Jezus Christus. Hij heeft ons de weg gewezen en leidt ons op die weg en alleen zij, die zich van hun zonden hebben bekeerd en zijn heilige wetten hebben onderhouden mogen daar binnengaan. In mijn hart voel ik een kennis en zekerheid dat dit waar is. Ik weet zonder de minste twijfel, dat Jezus Christus de Zoon van God is en dat Joseph Smith in deze bedeling zijn voornaamste profeet en getuige is.

 

     Aan de enge poort, waar iedereen door moet om in het celestiale koninkrijk te worden toegelaten, staat een wachter, de Heilige Israëls en Hij stelt daarvoor geen dienstknecht aan. Er is geen andere weg want niemand kan Hem bedriegen, want Here God is zijn naam. (Zie vers 41.)

 

     Als bewijs dat hij vrij was van de zonde van zijn volk zegt Jakob: "Ziet ik trek mijn klederen uit en schud ze voor u af." (Vers 44.) Hij smeekt dan zijn volk om zich van hun zonden af te keren en tot die God te komen, "Die de Rots van hun heil is. (Vers 45.) Hierdoor kan men zich voorbereiden op de dag des oordeels, de dag waarop recht gesproken zal worden. (vers 46.) Wij zullen een volkomen herinnering hebben aan onze (vreselijke) schuld en deze erkennen. (Zie vers 46.) Wij zullen daarmee ons eigen oordeel helpen uitspreken.

 

     Het lichaam slaapt de slaap van de dood maar de geest, waarvan de verslagen van zijn daden worden bijgehouden, kan niet sterven. Hij zal een levende herinnering bewaren aan datgene wat er gebeurde voordat de dood het lichaam en de altijd levende geest scheidde. Het lichaam staat na verloop van tijd weer op uit de dood en dan zullen, in de tegenwoordigheid van Hem waarmee wij te maken hebben, de geheime gedachten van alle mensen geopenbaard worden en wij kunnen die niet verbergen. (1) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)