Beginnen de Joden in Jezus te geloven?

 

     Ik, Jakob, spreek wederom tot u aangaande deze rechtvaardige tak, want de beloften, zijn beloften aan ons naar het vlees. Mij is getoond dat velen wegens ongeloof zullen omkomen, toch zal God barmhartig zijn; en onze kinderen zullen worden teruggebracht om tot datgene te komen wat hun de ware kennis van hun Verlosser zal geven.

 

     Nu moet het wel zo zijn dat Christus onder de Joden komt, onder hen die het slechtste deel van de wereld vormen; en zij zullen Hem kruisigen, want zo moet het onze God geschieden, en er is geen andere natie op aarde die zijn God zou kruisigen. Want indien die machtige wonderen onder andere natiën werden verricht, zouden zij zich bekeren en weten dat Hij hun God is.

 

     Maar priesterlisten en ongerechtigheden zullen hen die in Jeruzalem zijn, hun hals tegen Hem verstarren, zodat Hij wordt gekruisigd. Maar wegens hun ongerechtigheden zullen verwoestingen, hongersnoden, pestilentiën en bloedvergieten hen treffen; en zullen onder alle natiën worden verstrooid. Maar wanneer de dag komt dat zij in Mij geloven, dat Ik Christus ben, dan heb Ik Mij tegenover hun vaderen ertoe verbonden dat zij in het vlees, op aarde, zullen worden teruggebracht naar hun erflanden.

 

     Vanuit hun langdurige verstrooiing worden zij bijeen vergaderd uit de eilanden der zee en uit de vier delen van de aarde; en de natiën van de andere volken zullen groot zijn, zegt God, doordat zij hen naar hun erflanden brengen. De koningen van de andere volken zullen hen tot voedstervaders zijn en hun vorstinnen zullen zoogsters worden; groot zijn daarom de beloften des Heren aan de andere volken, want Hij heeft het gesproken, en wie kan tegenspreken?

 

     Morris Jastrow was een Jood. Dit is wat hij zei: "Vanuit een historisch gezichtspunt moet Jezus beschouwd worden als een rechtstreekse opvolger van de Hebreeuwse profeten. Zijn leringen zijn verwant aan de hoogste geestelijke aspiraties van het menselijk ras. Evenals de profeten legt Hij de meeste nadruk op een rein gedrag en zedelijke ideeën, maar Hij gaat verder dan de profeten in zijn totale onverschilligheid tegenover theologische speculaties en godsdienstige rituelen. Er wordt gewoonlijk gezegd dat de Joden Jezus verwierpen. Dit hebben zij gedaan zoals zij ook de leringen van de vroegere profeten hebben verworpen." (Aangehaald in Joseph Fielding Smith, The Signs of the Times, blz. 62.)

 

     "Jezus is ziel van onze ziel, zoals Hij vlees van ons vlees is. Wie zou er dan aan kunnen denken om Hem buiten het volk van Israël te sluiten? Petrus zal de enige Jood blijven die van de zoon van David gezegd heeft: 'Ik ken de man niet'. Als de Joden tot op dit ogenblijk de sublieme, zedelijke schoonheid van de mens Jezus niet in het openbaar hebben geëerd, is dat omdat hun vervolgers ze altijd in zijn naam hebben vervolgd, gemarteld en vermoord.

 

     De Joden hebben hun conclusies getrokken wat betreft de discipelen van de Meester, wat verkeerd was; maar dat was/is te begrijpen van de eeuwige slachtoffers van de onverzoenlijke, wrede haat van hen die zich christenen noemden. Elke keer dat een Jood tot de bron terugkeerde en Christus alleen aanschouwde zonder de zogenaamde getrouwen, riep hij met tederheid en bewondering uit: "deze man is van ons. Hij eert ons ras en wij eisen Hem op  evenals wij de evangeliën opeisen, bloemen van de Joodse literatuur en alleen maar van de Joodse." (1) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Dr. Max Nordau, aangehaald in Smith, Signs of the Times, blz. 62-63.)