Zij zullen tot hun landen van belofte wederkeren

 

    "Want de Heer zal Zich over Jakob ontfermen, en nog zal Hij Israël verkiezen en ze in hun eigen land zetten; en vreem-delingen zullen zich bij hen aansluiten en zij zullen het huis van Jakob aanhangen. En de volken zullen hen aannemen en naar hun plaats brengen; ja, van verre tot aan de einden der aarde; en zij zullen tot hun landen van belofte wederke-ren. En het huis Israëls zal ze bezitten, en het land des Heren zal voor dienstknechten en dienstmaagden zijn; en zij zullen gevangennemen hen die hen gevangen hielden; en zij zullen heersen over hun verdrukkers." (2 Nephi 24:1-2.)

 

     De dag zal komen dat de Heer zich over "Jakob zal ontfermen en Israël nog verkiezen" (Zie vers 1.) Hij zal zijn volk vergaderen "van verre tot aan de einden der aarde; en zij zullen tot hun landen van belofte wederkeren." (vers 2.) Dan "zullen zij heersen over hun verdrukkers" en zullen rusten van hun smart en hun angsten van hun harde dienstbaarheid. (Zie de verzen 2-3.) De verzen 4-12 zijn tartende woorden tegen de verdrukkers van Israël, waarvan hun grootheid en praal "ten grave gedragen" zal worden. (Vers 11.)

 

Wie is Lucifer?

     "Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, o Lucifer, zoon des dageraads! Hoe zijt gij ter aarde geveld, die de natiën hebt verzwakt! Want gij hebt in uw hart overlegd: Ik zal ten hemel opstijgen, ik zal mijn troon verhogen boven de sterren Gods; ik zal mij ook zetten op de berg der samenkomst, aan de zijden van het noorden; ik zal opstijgen boven de hoogten der wolken; ik zal de Allerhoogste gelijk worden. Integendeel, in de hel wordt gij neergeworpen, aan de zijden van de kuil. Wie u zien, zullen u nauwlettend gadeslaan, en u beschouwen en zeggen: Is dat de man, die de aarde deed sidderen, die koninkrijken deed beven; en de wereld tot een woestenij maakte en haar steden afbrak en het huis van zijn gevangenen niet opende?" (2 Nephi 24:12-17.)

 

     Behalve in deze verzen en in het parallelle gedeelde van Jesaja 14 wordt de titel Lucifer nergens anders in de Bijbel of het Boek van Mormon gebruikt. Veel Bijbelgeleerden, die niet beschikken over hedendaagse openbaringen, geloven dat dit gedeelte over de koning van Babylon gaat, omdat het midden in de profetie over de val van Babylon staat.

 

     Maar in afdeling 76 van de Leer en Verbonden leren wij dat Lucifer (wat 'lichtdrager' betekent) in het voorbestaan de naam van satan was. Wegens zijn opstand tegen God verloor hij in de tegenwoordigheid van God zijn gezaghebbende positie en werd Verderf genoemd, wat volkomen vernietiging betekent. (Zie L&V 76:25-28.)

 

     Ik denk aan het feit dat Jesaja's profetieën dikwijls een dubbele betekenis hebben en ik zie in dat deze verzen heel goed in dit verband passen. Satan is de koning, (hoofd) van het geestelijke Babylon. Om te begrijpen waarom hij deze positie bekleedt dient men ervan op de hoogte te zijn dat hij zijn positie als zoon van de morgen verloor en satan werd, de vijand van God en Zijn werk. (Zie Mozes 4:4.)

 

     Op de zelfde wijze als Lucifer uit de hemel op de aarde viel, zullen de goddelozen naties die Gods volk hebben onderdrukt vernederd worden "en nimmer vermaard worden." (Vers 20.) Hoewel Babel eens een machtige natie was, stond God tegen dat land op en roeide zijn naam uit. (Zie vers 22.) Dit geld ook voor Assyrië dat Efraïm plunderde. (Zie vers 25.) De verlosten des Heren zullen Zion werkelijk eens gegrondvest zien, "en de armen zijns volks zullen daar hun vertrouwen in stellen." (Vers 32.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.