Waar geen wet gegeven is, is er geen straf

 

     "Welnu, Hij heeft een wet gegeven; en waar geen wet is gegeven, is geen straf; en waar geen straf is, is geen veroordeling; en waar geen veroordeling is, hebben de barmhartigheden van de Heilige Israëls aanspraak op hen wegens de verzoening; want zij worden door zijn macht bevrijd. Want de verzoening voldoet aan de eisen die zijn gerechtigheid stelt aan allen wie de wet niet is gegeven, zodat zij worden bevrijd van dat verschrikkelijke monster, de dood en de hel, en van de duivel en de poel van vuur en zwavel, die eindeloze kwelling is; en zij worden teruggebracht bij die God die hun de levensadem heeft gegeven, die de Heilige Israëls is.

 

     Maar wee hem wie de wet is gegeven, ja, die alle geboden Gods heeft, zoals wij, en die ze overtreedt, en die de dagen van zijn proeftijd verspilt, want zijn toestand is verschrikkelijk! O, dat geslepen plan van de boze! O, de zelfingenomenheid en de zwakheden en de dwaasheid der mensen! Wanneer zij geleerd zijn, menen zij wijs te zijn en luisteren zij niet naar de raad Gods, want zij schuiven die opzij in de veronderstelling het zelf wel te weten; daarom is hun wijsheid dwaasheid en hun van geen nut. En zij zullen verloren gaan. Maar geleerd zijn is goed indien zij naar de raadgevingen Gods luisteren.

 

     Maar wee de rijken die rijk zijn met betrekking tot de dingen der wereld; want omdat zij rijk zijn, verachten zij de armen en vervolgen zij de zachtmoedigen, en is hun hart op hun schatten gesteld; daarom is hun schat hun god. En zie, hun schat zal ook met hen vergaan. En wee de doven die niet willen horen, want zij zullen verloren gaan. Wee de blinden die niet willen zien, want ook zij zullen verloren gaan. Wee de onbesnedenen van hart, want ten laatsten dage zal een besef van hun ongerechtigheden hen treffen. Wee de leugenaar, want hij zal in de hel worden neergeworpen. Wee de moordenaar die met voorbedachten rade doodt, want hij zal sterven. 36 Wee hun die hoererij bedrijven, want zij zullen in de hel worden neergeworpen. Ja, wee hun die afgoden aanbidden, want de duivel aller duivels schept behagen in hen. En, tenslotte, wee allen die in hun zonden sterven, want zij zullen tot God terugkeren en zijn aangezicht aanschouwen en in hun zonden verblijven.

 

     O mijn geliefde broeders, bedenkt hoe verschrikkelijk het is tegen die heilige God te overtreden, en ook hoe verschrikkelijk het is te zwichten voor de verlokkingen van die geslepen bedrieger. Bedenkt dat vleselijk gezind zijn de dood en geestelijk gezind zijn het eeuwige leven is. (2 Neph 9:25-39.)

 

     Volgens de technische definitie houdt het begrip zonde wetsovertreding in en in die zin kan men dus onopzettelijk of in onwetendheid ook zonde begaan. Uit de Schriftuurlijke leer over de verantwoordelijkheid van de mens en Gods onfeilbare gerechtigheid blijkt echter duidelijk, dat de mens in zijn overtredingen als ook in zijn rechtvaardige handelingen zal worden geoordeeld naar zijn vermogen om de wet te begrijpen en te gehoorzamen.

 

     Op hem, die nooit een hogere wet is bekendgemaakt, zijn de aan die wet verbonden eisen niet ten volle van toepassing. Voor onbewust bedreven zonden, dat wil zeggen als men in onwetendheid heeft overtreden, is een verzoening teweeg gebracht door het offer van de Heiland, en zondaars van deze categorie vallen niet onder veroordeling, maar deze zullen alsnog in de gelegenheid worden gesteld om de beginselen van het Evangelie te leren kennen en ze vervolgens aan te nemen of te verwerpen. (1) En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.

 

(1. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)